Archief voorjanuari, 2008

Dag 8: Butare

Vanochtend moesten we veel te vroeg opstaan. We wilden beiden douchen maar de douche werkte even niet. We hebben ons dan aan de lavabo gewassen. Deze avond testte ik de douche opnieuw en toen werkte ze wel. Hopelijk werkt ze morgenochtend nog. Maar ik kijk er niet naar uit om onder het ijskoude water te gaan staan. Het water uit de lavabo loopt wel weg maar stroomt er ergens uit. Er stond een teil in de douche dus die hebben we er nu onder geplaatst. Normaal dient de teil om in te staan als je douchet zodat je het water kan opvangen om het toilet door te spoelen. Maar wij geloven niet dat je veel water kan opvangen want als we de douche aanlegden werd heel de badkamer klets nat. We hebben heel de voormiddag aan de computers gewerkt. Op de computers stonden overal bestanden, soms wel 5 kopieën van hetzelfde bestand. Zelfs bij Program Files. Op sommige computers kan je je niet aanmelden omdat men de paswoorden niet meer weet. Wij zijn nu bezig om op elke computer 2 gebruikers te maken. Een voor de leerkrachten en een voor de leerlingen met beperkte rechten. Vandaag had slechts één klas informatica. De leerlingen klikten overal in het rond. Ze waren bezig met Powerpoint maar men had het over grafieken in Excel. Ik heb diavoorstellingen gezien over ‘God is Good’ en dergelijke. Toen de les ten einde was, wij hadden het eerst zelf niet door, de leerlingen verliepen, sommige gingen naar buiten, maar de computers bleven aan staan. Plots was de hele klas weg maar verschillende programma’s stonden nog open. De computers werken ongelofelijk traag. Dat is ook logisch want ze draaien hier Windows XP. Maar er is toch één goed punt aan het computerlokaal. Ze hebben een beamer! Dat is toch al een stuk eenvoudiger om les te geven. Na de middagpauze had ik al een beetje de moed verloren, gelukkig was Sylvie hier om te zeggen dat we toch al iets bereikt hadden. Elke computer moet apart ingesteld worden. Er is hier geen netwerk dus er kan niet met een GHOST gewerkt worden. Trouwens hier hebben alle computers een andere systeemeenheid dus dit zou sowieso niet werken. De leerlingen die om 4u op de computer kwamen werken, begonnen weer overal documenten te plaatsen. Ik vertelde aan de zaalverantwoordelijke van het computerlokaal over Steady State. Hij was enthousiast en vond het een goed idee dat leerlingen niets zouden kunnen opslaan maar leerkrachten wel. Morgen, als het internet werkt op school, dat was vandaag niet het geval, zoek ik het programma. Best dat mijn cursus Computerassemblage nog op mijn pc heb staan. Normaal gezien zullen we morgen de eerste les informatica geven. Maar ze zijn nog niet zeker of de leerlingen aanwezig zullen zijn. Blijkbaar is het eerste en het vierde jaar nog niet aanwezig. Vandaag vroegen we nog eens om ons lessenrooster. Momenteel weten we enkel dat we morgen één uur les moeten geven. Maar de zaalverantwoordelijke vroeg ons om van ’s morgens te komen om nog een beetje aan de computers te werken. Logisch, want zoals de computers er nu voorstaan is het onmogelijk om les te geven. Ah, hier valt per uur wel zeker de elektriciteit uit. Ik zag veel USP’s staan en dacht dat dit dus geen probleem was, maar er werken er slechts enkele. Dat is niet verwonderlijk. Van het hele lokaal met 56 computers werken er maximum 20. En de rest van ons lessenrooster, dat is een zaak voor morgen. Deze avond zijn we nog vlug op boodschappen geweest want morgen is het Gacaca en is alles gesloten. Elke woensdag worden mensen nog veroordeeld voor wat ze gedaan hebben tijdens de Genocide. Blijkbaar is het hele dorp daarbij aanwezig. Maar er is wel school. We hebben in de bar bij ons motel iets gegeten. We kozen enkel frieten want in geitenbrochette hadden we geen zin. Ik mis toch onze Belgische frietjes. Hier zwommen de frietjes in het vet. We kijken al uit naar morgen want het zal waarschijnlijk weer een dag vol verrassingen worden. Maar we gaan ook zwemmen! De dag kan sowieso niet stuk.

Dag 7: Butare

Vandaag wilden we uitslapen maar Rwandezen kunnen niet stil zijn. Iedereen die opstond hebben we waarschijnlijk gehoord. Uiteindelijk kwamen we om 9u uit ons bed en we hadden geen zin om een koude douche te nemen. Vanaf nu hebben we dus geen warm water meer om ons te douchen. We namen een ontbijt in het Ibis-hotel. Jeff kwam met ons babbelen. Een heel vriendelijke jongeman die studeert aan de universiteit van Butare. In het terugkeren kochten we kleine banaantjes, pistolets, choco, … We begonnen dan in het zonnetje aan onze eerste lesvoorbereiding. Maar waarschijnlijk zullen we twee lessen nodig hebben om het allemaal te geven. Dat is afhankelijk van wat de leerlingen al effectief kunnen. Om 13u 30 brachten we een bezoek aan onze stageschool Groupe Scolaire Du Butare. Niemand wist daar van iets maar de directeur zou binnen een twintigtal minuutjes arriveren. Na drie kwartier kwam hij toch opdagen. Hij droeg een kazuifel waardoor wij eerst dachten dat hij een priester was. Een of andere hoge piet kwam op bezoek. We maakten kennis met de leerkrachten en namen plaats. De directeur begon met een speech en stelde ons voor. De meneer die het bezoek bracht vroeg van waar we waren en begon in het Nederlands tegen ons. Hij had nog in Luik gestudeerd en kende een beetje Nederlands. Hij praatte heel snel waardoor Sylvie en ik hem moeilijk konden begrijpen. De vrouw die hem vergezelde vulde hem aan. Ze gaven uitleg over hoe men met de leerlingen moet omgaan die de Genocide hebben meegemaakt. De leerkrachten moeten helpen om dit trauma te verwerken want anders geven zij misschien een verkeerde boodschap mee aan hun kinderen later. De vrouw vertelde ook dat deze school op dat vlak een voorbeeld is. Daarna liepen we wat verloren. De leerkrachten informatica namen ons mee naar het computerlokaal. Als we hen vroegen wat de leerlingen al effectief konden, wisten ze dat eigenlijk zelf niet. Er is hier een draadloos netwerk dat niet eens beveiligd is. We mochten een beetje op de computer werken. Een leerkracht wiskunde kwam ons allerlei hulp vragen. Dinsdag brengt hij zijn laptop (die hij in België heeft gekocht) mee en moeten we de problemen oplossen. We zullen zien hoe dat loopt. Daarna zochten we opnieuw de directeur op. We vroegen om ons lessenrooster en we mogen dat zelf samenstellen met George, de verantwoordelijke van het informaticalokaal. Hij zal het dan wel goedkeuren. George gaf ons nog wat uitleg en toonde ons de cursus die ze soms gebruiken. We hebben hem beloofd dat hij onze cursus dan mag hebben. Morgen moeten we om 7u 30 op school aanwezig zijn. De school is aan de overkant van ons motel dus we waren vlug terug. We vroegen of het mogelijk was om te veranderen van kamer omdat we graag een kast hadden gehad. De eigenaar zei meteen dat ze een kast zouden brengen. We slapen op het tweede verdiep dus twee werknemers moesten een kast naar boven dragen. Wij dachten dat het eenvoudiger ging zijn als wij van kamer verwisselden … We gingen eten in het Ibis-hotel. Na een tijdje kwam een man ons lastig vallen. Hij zei voortdurend dat hij van me hield en dat ik zijn zus was. We zijn dan maar opgestapt. Jeff belde dan om samen naar een festival te gaan maar Sylvie zag dat niet zitten. We zijn dan nog iets met hem gaan drinken. Daarna keerden we naar onze kamer terug om onze lesvoorbereiding af te werken.

By the way: we hebben een licht in de badkamer maar tot nu toe hebben we nog geen schakelaar gevonden.

Dag 6: Kigali – Butare

Pas om 12u ben ik opgestaan. ‘k Heb voor de zekerheid een douche genomen want we wisten niet waar we ’s avonds gingen terecht komen. Bram en Robin hadden al spaghetti voor ons gemaakt. Ook nog een stevige maaltijd voor we vertrokken naar het onbekende. Catherine kwam ons nog eens uitzwaaien. Zij heeft er ook voor gezorgd dat Sigurd ons naar Butare bracht want de directeur had deze morgen gebeld om te zeggen dat hij ons niet kon komen halen omdat hij een vergadering had in Gisenyi. Alsof hij dat nog niet eerder wist. Sigurd wou ons met het openbaar vervoer sturen maar we hebben allebei 40 kg bagage bij en wij zagen dat dus niet zitten. Ik ging voortdurend 5 zakken in het oog moeten houden. Gelukkig was Catherine er dus om ons te redden. We zagen nog even de directeur die Bram en Robin kwam ophalen. De man had liever ons meegenomen omdat hij aan zijn leerlingen verteld had dat er 2 meisjes kwamen. Niet veel later vertrokken we met Sigurd richting Butare. Een rit die normaal 2,5 uur duurt. In the middle of nowhere kregen we panne. De radiator deed het niet goed. Er kwamen onmiddellijk twintig mensen naar rond de auto staan. En voortdurende zaten ze ons aan te gapen alsof ze nog nooit blanken hadden gezien. We moesten de deuren sluiten of ze kwamen gewoon bij ons in de auto zitten. De kinderen vroegen hoe we heten en van waar we afkomstig waren maar de ouderen keken ons afwijzend aan of zaten voortdurend naar mijn benen te kijken. Sylvie en ik kregen het echt op de heupen. En er kwamen er nog voortdurend bij die perse ook eens blanken wilden zien. Na een uur was de auto gerepareerd en konden we verder. Het begon al te schemeren. Vlak voor Butare viel de auto opnieuw stil. Na enkele minuten konden we opnieuw starten. Nog geen kilometer verder viel hij weer stil. We lieten ons uitbollen en ook toen konden we opnieuw starten. Niet veel later kwamen we aan het motel. De kamer liet de wensen over. Het was er echt smerig. Sigurd stelde voor dat we ergens anders een kamer gingen bekijken. Sylvie en ik waren enorm opgelucht. Nu zitten we op 200 m van onze stageschool. Het was eerst niet mogelijk dat we een kamer deelden omdat er tweepersoonsbedden staan en in Rwanda is dit enkel voor gehuwde koppels. Maar uiteindelijk konden we de kamer toch delen omdat we nog jong waren. Snap maar eens de Rwandese logica. We moesten nog eten voor avond. Hier was dat dus mogelijk maar het was dan ook de eerste en de laatste keer. De soep smaakte naar gesmeierde patatten. Ook het andere eten zag er ook niet schitterend uit. We hebben het dan maar enkel bij rijst gehouden. We hebben dan een beetje met onze eigen miseriedag zitten lachen. Pieterjan zegt altijd dat dat de beste remedie is. We gaan nu heel vlug slapen zodat we deze rotdag hopelijk vlug vergeten.

Dag 5: Kigali

Om 9u 30 liep de wekker van Sylvie en ik af. We wilden beiden de dag beginnen met een frisse douche maar er zat een ongelofelijk ‘kizzig’ beest in het bad waardoor wij weigerden het bad te betreden. We hebben ons dan maar aan de lavabo gewassen. Robin was onze redder in nood en heeft – volgens hem – de kakkerlak uit het bad gehaald. Na een ontbijt van weeral droge sandwiches hebben Sylvie en ik ons in het zonnetje gezet met een boek. Van het halve uurtje ben ik zelfs al verbrand op mijn schouders. Plots begon het verschrikkelijk te onweren en de rest van de dag bleef het mottig weer. Na eieren met taai stokbrood, begonnen we aan onze uitstap. We namen de taxi naar het Kigali Memorial Centrum, het museum over de Genocide. Uitvoerig lazen we alle plakkaten en bekeken we de filmpjes. Helemaal in de war kwamen we buiten maar toen was er op de eerste verdieping ook nog materiaal om te bekijken. Daar waren allemaal foto’s van kinderen te zien. Daaronder stond geschreven waar ze van hielden, wat ze het laatst gezegd hebben en hoe ze zijn gestorven. Het was vreselijk. Ik kan maar niet begrijpen dat je onschuldige kinderen zoiets aan doet. Nog verwarder kwamen we buiten. Daar waren nog massagraven te zien. We wandelden naar een plek waar heel wat taxi’s waren maar ondertussen werden maar al te goed bekeken. De taxi wou ons voor 4000 frank naar de plaats brengen waar de tien Belgische Blauwhelmen vermoord werden. Robin en Bram waren van plan om toe te geven maar deze mensen profiteren van ons omdat we blank zijn. Ik wilde niet meer dan 2000 frank betalen. Ik draaide mij om en liep weg en plots was het in orde. Ik heb dus een tactiek gevonden! We konden het huis waar de tien Belgen vermoord werden enkel vanaf het hek zien omdat de site gesloten was. Misschien komen we nog eens terug als we voor ons vertrek terug in Kigali zijn. Daarna wandelden we terug naar het centrum. Onderweg kwamen we een souvenirwinkeltje tegen. Ik zag enkele mooie maskers maar de man vroeg 7000 frank voor een masker. Ik vond dat veel te veel en wou niet meer dan 3000 frank betalen. Ik wilde weeral weggaan en toen was het plots in orde. Voor 6000 frank had ik twee maskers mee. Ik begon het afdingen leuk te vinden. In het winkelcentrum dronken we Fanta en dat smaakt dus heel anders dan bij ons. Ook cola smaakt anders. Ze maken dat hier zelf en dat kan je dus merken. Opnieuw moesten we een taxi nemen. De vorige keer hadden we naar ons huis geweest voor 1500 frank maar deze keer hebben we 1200 frank betaald. Door een beetje simpel te doen en te zeggen dat blanken niet meer moeten betalen, doen ze vlug van hun prijs af. ‘k Mag van Sylvie in het vervolg alle taxi’s regelen. We hebben in de buurt pizza gaan eten dat nog veel lekkerder was dan de avond toen we toekwamen. Bram en ik zijn nog uitgeweest in Kigali. We wilden met ons eigen ogen zien hoe de mensen hier uitgaan. Ik was van plan om in mijn jeansbroek te gaan maar hier hebben vrouwen dus een kleedje of rok aan. ‘k Heb mij dan maar aangepast aan de plaatselijke bevolking. En het was nogal een feestje. Gaëlleke, ‘k ga nu nooit geen excuus meer hebben om mee te gaan naar R&B-fuiven want ‘k heb mij zot geamuseerd. Wel heel de avond het zelfde ritme maar Dries vond dat gemakkelijk, eens je het onder knie hebt, kan je heel de avond dansen. Rond 5u was Annette, de vriendin van Dries zo dronken dat we niet anders konden dan naar huis gaan. Het was een geslaagde avond. Dries beloofde ons dat als we terug in Kigali waren hij ons naar een nog leukere plek zal meenemen. Dat belooft.

Dag 4: Gisenyi – Kigali

Om 8u stonden we op om te genieten van een uitgebreid ontbijt in ons hotel. Maar ik was al van 6u 15 wakker want toen passeerden enkele troepen soldaten al zingend en blijkbaar moest iedereen in Gisenyi dit horen. Bij ons ontbijt kregen we zelfs pannenkoeken en dit op ons terras voor de kamer met zicht op het Kivumeer met de zon in ons gezicht. We wisten niet waar we het hadden. Om 10u kwam Catherine ons halen. Maar iets voor 10u belde ze om te zeggen dat ze een platte band had (niet verwonderlijk op zo’n hobbelige wegen) en dat ze pas een uurtje later kwam. We beslisten om een boottochtje te maken. We bezochten een eilandje die ook van de eigenares van het hotel was. De jongen vroeg of we een warmwaterbron wilden zien. Dit konden we moeilijk weigeren. We vaarden verder en moesten niet veel later weer uitstappen. We wandelden langs een schooltje waar alle leerlingen meteen begonnen te zwaaien. Een oude man begon moeilijk te doen en wou niet dat blanke mensen de warmwaterbron zagen. Gelukkig kon de jongen die met ons mee was hem bedaren. De oude man wou gewoon geld uit ons kloppen of was bang dat we dit van de Rwandezen zouden afnemen. Het water had een heerlijke temperatuur. Het is ongelofelijk om warm water gewoon uit de grond te zien komen in plaats van uit de kraan. We keerden terug en niet veel later was Catherine daar. We reden naar het schooltje van Gisenyi en werden daar nog beter onthaald dan in Kidaho. Ook hier hopen ze dat er in het vervolg studenten naar daar gaan. Maar de school heeft op vlak van informatica geen hulp meer nodig. Het computerlokaal was uitgerust met een draadloos netwerk, deftige pc’s en een smartboard! De school was heel verzorgd en had samen met de ouders (er was zelfs een oudercomité) een nieuwe refter gebouwd. We zagen opnieuw koeien op school. Een keer per maand krijgen de leerlingen dus vlees in school. We bezochten ook de slaapzaal van de meisjes. Die waren allemaal voorzien van muskietennetten. Ook het sanitair was proper. Daarna kregen we nog de wetenschapsklas gezien. Nu hebben ze 1 wetenschapsklas maar men hoopt om later een klas te hebben voor fysica, chemie en biologie. Dit alles is mogelijk gemaakt door projecten van Catherine en een verbintenis met een school in Landen. Wij hebben plechtig moeten beloven dat we in Landen zouden tonen wat hier allemaal met hulp van hen gerealiseerd werd. Misschien een tip voor de Katho met de forfaitaire kosten? Catherine moest nog iets bespreken in verband met een project en wij konden praten met de leerkrachten. Zij vroegen ons uit over onze manier van leven. Zij konden niet begrijpen dat bij ons heel wat mensen gaan samenwonen zonder te trouwen en dat ze dan nog wel seksueel contact hadden. Even later werden we nog getrakteerd in het stadje door de directeur. We reden opnieuw 2u op de beperkte wegen en kwamen terug aan in Kigali. We vonden in het winkeltje bij ons niets om te eten. Robin en ik beslisten om te voet naar de supermarkt te gaan dat op een half uurtje wandelen was. Onderweg kwam een kindje zeggen dat hij honger had. Ik wist totaal niet hoe te reageren. Ik had zelf niets bij om te eten dus hebben we er niet op gereageerd. De terugweg verliep moeizamer. Het was reeds donker en we liepen verloren. Met heel wat hulp konden we na een uur eindelijk weer op een bekende weg wandelen. We kwamen Bosco tegen die heel lang met ons heeft gebabbeld. We kregen zijn GSM-nummer en als we nog eens in Kigali zijn moeten we koffie gaan drinken bij hem. Hij wil vrienden hebben over heel de wereld. Robin en ik gingen nog langs bij de VVOB om ons verhaal van gisteren te posten. Ondertussen zorgden Bram en Sylvie voor heerlijke spaghetti. Dries, van het Rode Kruis, kwam bij ons zitten en heeft ons weer enkele uren geboeid. Hij vertelde ook dat we kinderen geen geld mochten geven. Zo leer je de kinderen bedelen en dat is niet de bedoeling. Het geld is meestal ook niet rechtstreeks voor hen maar voor hun ouders en je weet niet wat zij met dat geld kopen. Kleine kinderen kunnen ook geslagen worden door de grotere en zo het geld moeten afgeven waardoor ze er toch niets aan hebben. In het vervolg maken we dus dat we koekjes bij hebben. Dries neemt ons morgen mee uit in Kigali!

 

Belangrijk bericht voor Hannelore: hier hebben ze een crèmeachtige likeur die naar Fristi, chocolade, … smaakt. Blijkbaar nog lekkerder dan Baileys. Ik proef het morgen en als het smaakt breng ik zeker een fles mee!

Dag 3: Kidaho – Gisenyi

Vandaag kwam Catherine, van de VVOB, ons halen om 9u om op 2-daagse te vertrekken. We reden eerst naar Kidaho om daar een schooltje te bezoeken. De rit duurde 2,5 u. Het uitzicht vanuit de auto was adembenemend. We zagen de volledige noordkant van Rwanda. Nu begrijpen we waarom Rwanda ook wel ‘Mille Collines’ wordt genoemd. We kregen nu ook voor het eerst de armoede van het land te zien. In Kigali zagen we voortdurend normale huizen maar nu waren de huisjes zo erbarmelijk, bij de helft ontbraken de deuren. De meeste huizen waren gemaakt van aarde en als het regent zijn ze kapot en mogen ze opnieuw beginnen bouwen. Overal zagen we mensen hard zwoegen. Vele mensen vervoerden meer dan 100 kg met de fiets. Overal begonnen kindjes naar ons te zwaaien. We bevonden ons op 20 km van de grens met Uganda.

 Het ontvangst in het schooltje in Kidago was hartelijk. We moesten onszelf eerst voorstellen. Na het horen van de ongelofelijk gekke klok, schoten we allemaal in de lach. De directeur begreep er niets van. Ze hoopten in de school dat wij daar stage kwamen doen maar ja, zondag moeten we naar Butare. We kregen eerst het lokaal van de adjunct-directeur te zien. De examens van vorig jaar lagen daar gewoon op de grond. Ook ruimtefiguren en geodriehoeken lagen daar ter beschikking. (Een toekomstige wiskunde-leerkracht let daar op :d) De bibliotheek bestond uit 2 schamele rekjes met boeken. Daarna kwamen we in het 2de leerjaar terecht. De leerlingen waren enorm beschaamd. Ze krijgen les van 8u ’s morgens tot 6u ’s avonds. En als de leerkracht spreek is het er echt muisstil. Belgische leerlingen kunnen hier een voorbeeld aan nemen. Daarna kwamen we in de 3de klas terecht. Hier waren ze minder op hun mond gevallen. Ze verwelkomden ons in het Frans en in het Engels. Een jongetje vroeg het woord. Hij bedankte ons voor het bezoek en bedankte ook de directeur, de leerkrachten, … We waren echt verwonderd van zijn ‘kunnen’. Catherine vertelde ons dat dit jongetje gesponsord werd door een project van haar omdat zijn ouders te weinig geld hebben om de school te betalen. Hij was de 5de beste leerling van Rwanda. Het zou jammer zijn dat een jongen met zo’n capaciteiten niet naar school zou kunnen gaan. Daarna kwamen we in de refter terecht. Er stonden integralen en dergelijke op het bord. De leerlingen kregen alleen een soort puree. De keuken was de volgende bezoekplaats. Zo vuil en zo primitief. De slaapplaats van de internen was al veel verbeterd. Nu kreeg elke leerling een eigen matras. We hoorden enkele leerlingen zingen en zijn ook daar een kijkje gaan nemen. Indrukwekkend, dat zal je wel zien op het filmpje dat ik daarvan gemaakt heb.

 We vervolgden onze tocht naar Gisenyi. De weg was in veel slechtere staat. We moesten voortdurende remmen en slingerden van de ene kant van de weg naar de andere. De lastige rit van 2u was vlug vergeten als we het mooie plekje aan het Kivu-meer ontdekten. Ik zou iedereen eens willen meenemen naar Gisenyi. Bij zon ziet het Kivu-meer er prachtig uit. Na een terrasje zochten we onze kamer op. Ongelofelijk wat voor luxe wij hier hebben als je dan kijkt naar de huisjes hierrond, voel je je wel een beetje schuldig. Catherine trakteerde ons nog op een heerlijke maaltijd, gebakken vis vers uit het Kivu-meer. Na deze lastige dag kruipen we vandaag net als alle Rwandezen vroeg in ons bedje.

 Vandaag hebben we ook voor het eerst mannen gezien in een fluoroze kostuum. Dit zijn gevangenen die onder toezicht arbeid uitvoeren.

 Sylvie heeft net ongelofelijk getierd. ‘k Wist niet dat ze dat kon. Er zat een spin in ons muskietennet.

Dag 2: Kigali

Vandaag hebben in Rwandese normen lang geslapen. De mensen staan hier gewoonlijk op rond 6u. Wij kwamen pas om 9u 30 uit ons bed. Na een heerlijke douche met warm (!) water, blijkbaar uitzonderlijk hier, hebben we eens kennis gemaakt met het plaatselijke winkeltje. We hebben hier zelfs choco van het Colruytmerk met Nederlandse opschriften. Na de middag zijn we met Antoine naar de bank geweest om geld te wisselen. Ik voel me echt miljardair. Voor het moment ben ik in het bezit van 314.000 Rwandese frank. We gingen ook een simkaart halen. Als je mij wil bereiken (bellen of sms’en): 0025003301976. Verder schreven we ons in bij de Belgische ambassade. Als het hier plots gevaarlijk wordt, zullen zij ons onmiddellijk evacueren. Maar de kans dat het hier gevaarlijk wordt is klein. Van alle mensen met wie wij spraken kregen we te horen dat Rwanda niet echt Afrikaans is, dat het hier echt veilig is. Plots begon het hevig te regenen en we schuilden in hotel Mille Collines waar we de stewards opnieuw tegen kwamen. Ook het winkelcentrum verdiende een bezoekje. Robin en Bram vertelden dat mijn benen erg in trek waren bij de mannelijke bevolking. Op bepaalde plaatsen hoorde ik al ‘Muzungu’ (blanke). Het regende zodanig hard, dat we beslisten met een taxi naar huis te gaan. Alle taxichauffeurs wilden de blanken naar huis voeren. Gelukkig was Antoine bij ons om ons wegwijs te maken in de drukke stad. Na een zelf gemaakte maaltijd gingen we iets gaan drinken, opnieuw in Mille Collines. Het wandelen hier is goed voor de conditie, voortdurend berg op en af. Langs de weg stonden op bepaalde plaatsen mannen in legeruniformen met geweren. Blijkbaar is dat heel normaal hier. Terug aangekomen in onze verblijfplaats leerden we Rachid kennen, een huisgenoot. De Brusselaar is ingenieur en komt hier 2 jaar werken voor een grote NGO. Na een gezellige babbel, is het nu in tijd om in bed te kruipen. Morgen komt Katrien ons halen om een school te bezoeken in Ruhengeri. Daarna rijden we door naar een plaats met een naam die ik moeilijk kan onthouden, Bram zegt Gisenyi, en slapen we op hotel aan het Kivumeer.

Blijkbaar is het hier heel gewoon dat blanken enkele zwarten in huis hebben die het huishouden doen en het huis bewaken. We moeten niet afwassen, niet poetsen, … `t Is net alsof zij onze huisslaafjes zijn. Maar blijkbaar voelen zij dat zo niet aan.

Dinsdag 22 januari 2008: Murakaza neza mu Rwanda!

Welcome to Rwanda

 

Na een nachtje van weinig slapen liep om 5u deze ochtend mijn wekker af. Vol energie sprong ik uit mijn bed voor het grote avontuur. Rond kwart voor zes vertrokken we richting Zaventem. Dank aan iedereen die nog een laatste berichtje stuurde. Na nog een koffiepauze checkten we in. Gelukkig werd de bagage samen gewogen want zelf had ik eigenlijk een kilo te veel mee. Dan maar afscheid nemen. Bij de ene vloeiden er toch meer traantjes dan bij de andere. Na een controle van pasporten en dergelijke kwamen we in de taxfree-zone terecht. Na het lummelen op de luchthaven konden we inchecken. Een veel te groot vliegtuig. We mochten kiezen waar we plaats namen. We konden elk een rij zetels nemen als we wilden. Kort na het opstijgen kwamen de stewards al rond om ons iets te drinken te geven, hele vriendelijke gasten die ons onmiddellijk schuimwijn aanraadden. Dit konden we niet weigeren. Niet veel later kwamen ze terug met eten en opnieuw kwam er schuimwijn bij. Ik begon al rode oortjes te krijgen. Na het eten was het tijd voor koffie! Maar omdat ik geen koffie lust, kreeg ik Baileys. Hannelore, we gaan eens samen moeten vliegen met SN Brussels Airlines! De Sahara zag er ongelofelijk uit vanuit de lucht. Na een dutje en een film kregen we dan ons avondeten. En natuurlijk weer een Baileys. We raakten aan de babbel met de stewards. Zij blijven tot donderdag in Kigali. We werden vriendelijk uitgenodigd om morgenavond naar hotel Mille Colines te gaan, het hotel waar zij verblijven en waar de film Hotel Rwanda is opgenomen. Dus morgenavond zullen we ons zeker niet vervelen. Zelf smokkelden ze heel wat drank mee en ook wij werden nog eens bedeeld. Zij hebben er ook voor gezorgd dat we eens in de cockpit van het vliegtuig mochten kijken. De bediening was super! Hopelijk zijn zij opnieuw de stewards als we terugkeren maar ik vrees ervoor …

De luchthaven in Kigali is waarschijnlijk nog kleiner als die in Oostende. We moesten gewoon over de landingsbaan lopen. Het eerste wat ons opviel was dat al die negers zo mager zijn. Onze bagage kwam als laatste van het vliegtuig en Sigurd stond ons al op te wachten. We werden naar ons logement gebracht. Tot zondag slapen Robin en Bram in het huis van Sofie en Dries van het Rode Kruis. Sylvie en ik slapen bij Jane en Rachid. Samen met Sigurd en Dries zijn we pizza gaan eten. Ondertussen leerden we de gebruiken van het land kennen en heel wat geschiedenis van het land. Ook over Burundi kon Dries heel wat vertellen.

Nu wordt het tijd om te slapen. Ik heb overal jeuk maar dat komt waarschijnlijk door de gedachte dat hier heel wat meer insecten zitten dan bij ons. Morgen trekken we dus voor het eerst Kigali in op klaarlichte dag!

Nog enkele uren

Hoipipeloi

 Alles is in orde. Mijn koffers staan klaar. Gelukkig kan er nog een klein beetje gerief in Sylvies koffer want bij mij zit alles vol. Morgen op hetzelfde uur zit ik aan de andere kant van de wereld! Ik kijk er naar uit maar zal iedereen ongelofelijk missen.

 Dikke kus

Aftellen…

rwanda1.jpg

Nog 14 dagen en we vertrekken. Vandaag kreeg ik reactie van de VVOB-correspondent Sigurd Vangermeersch. Er zijn contacten gelegd met een normaalschool op een kleine twintig kilometer van Butare en met een scholengroep (hoger secundair onderwijs) in Butare zelf. Butare is een universiteitsstad en de tweede grootste stad van Rwanda. Alle belangrijke infrastructuur (universitair ziekenhuis, openbaar vervoer, …) is er aanwezig. In deze stad zijn heel wat mogelijkheden tot ontspanning zoals zwemmen, tennissen, uitgaan, … Kigali ligt op ongeveer twee uur rijden van Butare. We overnachten in de scholen zelf.