We vertrokken deze ochtend heel vroeg op safari. Ik was totaal niet ziek van de groenten. Ik wou nog een warme douche nemen maar we hadden gisteren vergeten de boiler aan te leggen. Het brood was beschimmeld dus at ik maar een oude sandwich. Ik zat samen met Arnout op de achterbank. Het was best een gezellige rit tot in Akagera. Onderweg hield de politie ons tegen en vroeg de politieman waarom de chauffeur geen gemeenschapswerk deed. Hij vertelde dat wij dringend naar Akagera moesten om een onderzoek te doen. Daar aangekomen kregen we weer een persoonlijke gids. De vrouw nam vooraan plaats in de auto. Ze vertelde bitter weinig over de dieren. We gingen eerst de giraffen spotten. Na een twintigtal minuten zagen we de eerste. Bleek de hele kudde er te zijn. We konden heel dicht bij de giraffen komen en konden mooie foto’s maken. Niet veel later zagen we een kudde antilopen en een kudde buffels. Daarna vervolgden we onze tocht. We kwamen enkele aapjes tegen langs de weg. We reden naar een meertje waar we nijlpaarden zagen. We vroegen een Duitse vrouw om een foto van onze groep te maken. Die liet ons zo’n rare beweging maken dat de foto’s afschuwelijk zijn. Daarna zetten we de trip verder. Nu gingen we olifanten zoeken. We reden langs verschrikkelijke weggetjes waardoor mijn kont voortdurend zeer deed. Maar daar tegenover zagen we wel ongelofelijk prachtige savannelandschappen. Soms kregen we wel last van irritante steekvliegen. Arnouts favoriete bezigheid was dan ook de beestjes doodmeppen. We kregen geen olifanten te zien maar kwamen wel heel dicht bij zebra’s, antilopen, tobies en heel wat andere hertachtigen. Naar het einde toe werd de weg alsmaar slechter en begon iedereen stram te worden. Het park was zeker de moeite waard maar vraag me niet om morgen weer een hele dag in de jeep te zitten bij een temperatuur van 35° buiten en 43° in de auto. In het hele park, dat de meest toeristische plek van Rwanda is, kon je nergens iets kopen om te eten of te drinken. Toen we het hele park gekruist hadden en op een normale weg terugkeerden, kreeg Arnout het idee om ons te trakteren. Twee minuten later kwamen we een hippe plek tegen. Bij een deugddoend drankje zagen we de zon ondergaan achter de berg die langs de andere kant van het meertje lag. Het was magnifiek. Op de terugweg was ik samen met meneer Briers en Robin ervan overtuigd dat de chauffeur verkeerd was gereden. We hadden een bord gezien waaruit bleek dat Kigali de andere kant uit was. De chauffeur was toch overtuigd en ik wedde voor een biertje dat hij mis was. Uiteindelijk had hij het bij het rechte eind. Ook meneer Briers snapt nog altijd niet hoe het kan. We stopten in Rwamagana aan het Dereva Hotel. Na heel wat gediscussieer over de prijs kwamen we toch overeen. Hier in Rwanda moet je dus 10 000 RWF meer betalen als je een koppel bent en dus waarschijnlijk gaat vrijen in het bed. Het blijft toch een echt conservatief land. Allemaal uitgehongerd gingen we aan tafel. Het duurde weer oneindig lang tot we het eten kregen. Ik had vis op zijn Indisch besteld maar kreeg het op zijn Provençaals. Als dessert koost ik geflambeerde pannenkoeken. Hadden ze niet meer. Dan wou ik geflambeerde banaan, hadden ze ook niet meer. Ik koos dan maar voor ananas. Ik kreeg maar een ontgoochelende portie. Ze kregen dus zeker geen fooi. Om tien uur ’s avonds werd de boel afgesloten. Daarna werden we ook nog eens door de bewaker buiten gekeken. Naar een leuke maar vermoeiende dag ga ik nu slapen.