Om negen uur spraken we allemaal af om te ontbijten. Ik nam ervoor een superwarme douche. De serveuse begreep niet goed wat wij telkens bedoelden maar uiteindelijk kregen wel ons ontbijt met omelet. De confituur en het fruit ontbraken. Ik vroeg om het fruit en er was geen meer. Ik zei dat we dan ook niet de volle pot betaalden als dat ontbrak. Toen kwamen ze vijf minuten later toch met fruit af. Een beetje druk op de mensen kan hier nooit geen kwaad. Raar dat we nu wel bananen kregen want gisteren was het onmogelijk om die te flamberen. We maakten een wandeling door het dorpje Rwamagana. Voor het eerst eens een echt Afrikaans dorpje. We stopten even om een kerk te bekijken. Die zat echt overvol. Ik liep snel weer naar buiten en trok nog enkele foto’s van kindjes. In die kleine dorpjes doen ze niet liever dan op de foto staan en daarna de foto grondig bekijken. We weken af van de grote weg en kwamen echt in een arm gebied terecht waar ik echt mooie foto’s kon maken. Het begon plots hevig te regenen waardoor we schuilden onder een benzinestation. Arnout merkte terecht op dat wij veel meer plaats tussen laten als we in groep staan dan de Afrikanen. Die staan echt voortdurend tegen elkaar. Na de regenbui wandelden we terug naar het hotel en bestelden we het middagmaal. Toen we klaar waren en weer richting Kigali wilden vertrekken had de chauffeur net zijn maaltijd besteld. Toen hij klaar was vertrokken we weer voor een lange rit. Gisteren in Akagera was hij erg gejaagd in het park en reed hij overal snel, vandaag duidelijk niet. Op een weg waar je zeker negentig kon rijden, reed die voortdurend vijftig. Onderweg liet ik de chauffeur nog stoppen om sandwiches aan de kinderen uit te delen. Ik kreeg van meneer Briers ook chocolaatjes om uit te delen. Je ging de ogen van die kinderen moeten zien glunderen. Aan het stadion van Kigali namen we afscheid van Arnout. Hij trekt morgen door naar Uganda. Hopelijk ontmoeten we elkaar ooit nog eens. We reden naar het winkelcentrum van Kigali om brood te kopen. Meneer Briers trakteerde nog met een grote milkshake in het Bourbon-café, the place to be. Daarna namen we ook van hem afscheid. De chauffeur voerde Sylvie en ik naar de plaats om een bus te nemen naar Butare. De bus vertrok een twintigtal minuten later dan gepland en moest ook nog eens stoppen aan de garage omdat de ene deur helemaal vast zat. Na een rit van twee en een half uur kwamen we aan in Butare waar de elektriciteit weeral eens niet werkte.
Nu kan het aftellen pas echt beginnen. Volgende week zondag ben ik al om tien voor zeven ’s morgens terug in ons Belgenlandje!